Historie



(Foto: Nieuwland begin jaren 1900)


Ringrijdersveringing Nieuwland bestaat sinds 1824. Een eer om te mogen zeggen dat wij de oudste ringrijdersvereniging zijn. Ringrijden draait toch immers om traditie.


-------------------------------------------------------------------
Gedicht van rienkrieers van 't Nieuwland:
Jongers komop, de rienkrieers komme,
de paeren d'r kop zit onder de blomme.
Geslinterd bin d'aeren van maenen en staert,
en dat bin de paeren vandaege we waerd.
Moeje Mortje is zie eh, dat ei Jaone gedae,
dien is ff vo drie a an't slinteren gegae.
En wier n dan wat kouwe, dan dronk'n een glas,
dat mog van z'n vrouwe as t'r wat was.
Die op Mortje mog rie eit Jaones gedocht,
ei een stuitje vo drie wat bitter gebrocht!
Eest elk 'n stevige prop,
en Jaenus maekte toen d'n overschot op.
Noe is Mortje eel mooi,
ma leit Jaonus in 't ooi !
------------------------------------------------------------------

Naar aanleiding van het zoveel-jarig bestaan der ringrijderij in Nieuwland, is het niet ongepast iets over de herkomst van dit volksspel te vertellen;

Deels geciteerd uit het archief van de R.V.N. , verhalen van oud voorzitter Dhr. Polderdijk en deels aangevuld uit deze tijd, kan ik u vertellen dat het ringrijden stamt van: (uit archief) "Spelen, tournoyen evenals harddraverij in Holland en Friesland. Hier in deze provincie gemeen zijn en veelal bij de Landlieden naar hunnen trant worden gehouden. Zoo is deze oefening nochtans van een aanzienlijke oorsprong."

"Behalve het aloude tournoyen en spiegelgevechten van later tijden, die men carousels noemde, zijn men ons door Krijgzuchtigen en Strijdbaren adel der Middeleeuwen altoos gezet op manhafte oefeningen en vooral op dezulken die op een goed ruiter passen, vijf- of zesderlei soort van wedlopen of renspelen te paard overgelaten, waarvan wegens gevaarlijkheid in de uitoefening bijzonder tot vermaak der aanzienlijkste Jufferschap werd ingericht. Deze lieten gewoonlijk tot een eereprijs hunner ring ophangen welke de ridders te paard in eene edele en gansch onberispelijke houding gezeten moesten afsteken en in vollen ren hunne lans rijgen van welk gebruik dezen renspelen den naam van ringrijden dragen."
De reden dat ringrijden op vele plaatsen op 3e Pinksteren gehouden wordt, zou afgeleidt zijn van de Germanen en hun meikransviering na een goede oogst van het land.

(Ringrijders Nieuwland voor schuur van Janse Achter de Kerk)

Het eerste aantoonbare bewijs van ringrijden stamt uit het eind van de 17e eeuw. De oorsprong van waar ringrijden vandaan komt, gaat zelfs terug tot in de middeleeuwen. De oudste schriftelijke aanwijzing van ringrijderij stamt uit 1687. Dit zou een klacht te zijn geweest vanuit Middelburg tegen de ringrijderij; "Dat tijdens Pinksteren op verscheidene dorpen op Walcheren feest gevierd werd, maar bij gevolge van dien vele wulpsch, en ongerijmdheden van danserijen, drinkerijen enz. gepleegd werden."

De eerste ringrijderij in Middelburg blijkt te zijn verreden in 1767. Er staat vermeld dat in deze tijd alleen voorname personen mochten deelnemen aan het ridderspel. In deze tijd werd er gereden om prijzen van behoorlijke waarde van zilver en goud! Degene die toen der tijd het eerste 3 maal de ring had gestoken, werd onder het geschal van pauken en trompetten toegejuigd en de prijs en bijbehorend lint op eerbiedige wijze overhandigd. Deze winnaar mocht een ereronde maken en werd naar de jonkvrouw geleid om zijn ereprijs op te halen.

 

(Prijzentafel Nieuwland omstreeks 1950)

Ook Nieuwland heeft een historie ringrijden waar je "u" tegen zegt. Vanaf 1824 dus in verenigingsverband. Helaas zijn bijna alle oude archiefstukken in brand opgegaan door brand in het toenmalige "clubhuis", cafe Fritz of Bordoux. Als dan per ongeluk ook nog een archiefdeel verloren is gegaan bij een toenmalig bestuurslid; eeuwig zonde. 
Gelukkig is ringrijden een volkssport waarover 'verhalenvertellers' graag vertellen over dat het vroeger beter was...

Hiervan is bekend dat in het begin van deze jaren een lijst of "rol" in de herberg of café werd gelegd met de tekst erop dat iedere vrijgezel, woonachtend in de gemeente zich op 2e Pinksterdag kon inschrijven en 3e Pinksteren mee mocht rijden.
In de loop van de jaren meer en meer door boerenknechten die wel eens een vrije dag verdienden na vele uren op het land te werken. Vervolgens werd er geloot om de rijbeurten en een 4- of 5-tal deelnemers aangewezen tot het kopen van gouden en zilveren prijzen in Middelburg. Ook werd een aantal deelnemers opdracht gegeven een aantal zijden linten te regelen en deze aan de gekochte prijzen te hangen. Deze prijzen werden toen vaak door de prijswinnaar aan de boerin van de hofstede, waar hij zijn paard heeft gekregen, cadeau gegeven. De "lintentraditie" vertelt dat het gewonnen lint vaak aan de dochter van de hofstede gegeven werd en dit lint dan het volgende jaar gebruikt werd voor het versieren van het paard in de manen of staart.
's Avonds wordt er in het café nog wat nagepraat over de gang van zaken, voorbereiding en ervaringen over het ringrijden. Een aantal ander deelnemers zullen de baan opzetten met palen en zogehete poengers met hiertussen het touw dat het publiek op afstand deed houden. Gedurende deze bijeenkomst op 2e Pinksteren werd door iedere deelnemer een halve fles wijn gebruikt en werd verder de dag doorgebracht op de kermis. Deze kermis werd jarenlang gehouden in Nieuwland en schijnbaar met behoorlijk succes en drukte bezocht. Op Nieuwland werd altijd gedanst!

(Foto: Schrijver Dhr. Klap en links Jhr. Dr. Van Kinschot omstreeks 1974)

 

De volgende dag werden de deelnemers al vroeg verwacht bij de opgezette ringrijdersbaan. Volgens traditie worden de deelnemende paarden geslinterd. Al van oudsher en volgens traditie wordt hierbij behoorlijk wat genuttigd.                  
Als men vroeger in Nieuwland de 1e ring stak kreeg men van de ringoppasser een flinke krijtstreep op zijn broek. Stak men de 2e ring was men "op steek" en stak men de 3e ring, won hij de prijs waar toen om gestreden werd.
Omdat ook de kermis deze dag voortduurt, komen vele mensen jong en oud bijeen van verschillende bevolkingsklasse. Hiermee wordt een bepaalde saamhorigheid en samenkomst van (oude) bekenden gecreëerd. Dit laatste is eigenlijk tot de dag van vandaag de bedoeling. Tijdens de 3e pinksterdag van toen werden vele tradities nageleefd en prijzen aan het einde van de dag behoorlijk officieel overhandigd door burgemeester en ambachtsheren. Zo wordt dit nu nog gedaan!

Zoveel van hierboven beschreven gebruiken worden nu nog steeds zo beleefd: Op 2e Pinksterdag zijn we (alle ringrijders, mannen verplicht) om 08:00 uur aanwezig om de baan op te zetten en wie te laat is, moet een boete (in de vorm van een kratje bier) betalen. Zand wordt neergelegd, palen in de grond, touwen gespannen en de bus* wordt gehangen. Dit alles met behoorlijke preciezie. Ook de schrijverswagen wordt keurig geplaatst en het bord met de deelnemers wordt geschreven.
Als dit alles netjes klaarstaat wordt er koffie geschonken in het plaatselijke café.
Voor zover ik weet vroeger in café de Rode Leeuw, café Fritz, Van Pasen en nu weer in De Rode Leeuw. Na de koffie wordt er nog wat genuttigd en zijn daarna veel rijders bezig met eventueel nog even oefenen op hun paard of het versieren ervan.
Dan 3e Pinksterdag; om een uur of 07:00 worden de paarden gelost. Vanaf 08:00 uur begint de wedstrijd. In 3-tallen rijdt men heen en weer tot er (meestal) 30 keer gereden is door iedere deelnemer. Nog steeds volgen er nu vele tradities als om 09:30 een pauze waarin jubilea worden uitgereikt en prijzen voor versiering uitgereikt worden. Er wordt koffie gedronken in het café waarbij ook aan de leider van het klassement de groene sjerp* wordt overhandigd. Om 12:00 wordt een pauze van een uur ingelast om de paarden te voederen (schoven*).

(Foto: Dhr. Polderdijk bij cafe Van Paassen en op achtergrond cafe van Jacobs)

 

 

's Middags wordt er gereden om onder andere de welbekende bekers, pollepel, bessenjenever en rode lantaarn. Deze prijzen worden nog steeds uitgereikt zoals dit dus al járenlang gedaan wordt, door de Burgemeester en Jonkheer Maarten van Kinschot. Ook schenken de Nieuwlandse ondernemers zoals De Merelhoeve, De Rode Leeuw, de Rabobank en café Van Pasen een beker.



(Foto: Jonassen; Dhr. Polderdijk 1974)

Als u tijdens deze bekeruitreiking, het einde van de dag of tijdens de wedstrijd iemand gejonast ziet worden, is dit omdat hij of zij het eindklassement heeft gewonnen, een jubileum heeft of een bepaalde kamp gewonnen heeft. We dragen deze dan vanaf het begin van de baan (bij de box) naar het midden van de ringrijdersbaan. Hier wordt volgens traditie 3 maal de desbetreffende persoon de lucht in gegooid. Voordat deze bekers gewonnen worden, moet er vaak worden gekampt. Alleen de laatste 8 beurten voor iedereen gelden voor het bekerklassement. Bij een gelijk aantal ringen wordt er gekampt op een steeds kleinere ring, variërend van 38 mm, 32, 26, 20, 14 en 10 mm! Degene die mist valt af. In de laatste 2 beurten wordt gereden om de pollepel. Hierom wordt bij een gelijk aantal ringen op dezelfde manier gekampt. Direct na de prijsuitreiking tussen 17:00 en 18:00 wordt de baan opgeruimd en begint er een feest in De Rode Leeuw.

De zaterdag na 3e Pinksteren wordt er in dit café "nagepraat" over deze wedstrijd en gezellig geborreld tijdens de zogehete Kokiene-avond. Hierbij wordt eerst vergaderd onder de leden met een bakje thee en babbelaars (kokienen) volgens traditie.

Moge dit aloude, voor velen zo geliefde volksspel nog vele jaren blijven voortbestaan!

Ruud Mesu.





(Foto: traktatie uit de Suukerkom. Jaartal onbekend 1935-1940?)

 




(Foto: Dhr. Polderdijk)

 

(Foto: v.l.n.r. boven op kar: Jhr. Dr. Van Kinschot, Dhr. Polderdijk en Adrie Pleyte. Midden-onder: ringoppasser Ko Pleyte.) 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------
Ringrijdersgedicht

't is Pienkster drie en eel 't durp is blie
Je moe noe bie ons mar is komme.
De paeren geslinterd, gin een is'ter bie
zonder roze op z'n staert of 'n blomme.
De joegere, ze lache en kieke zo fier
en de guus en de ouwere: 't ei aolles plezier.
Komt'r bie a je kunt,
zo medeem as't begunt,
zoek'n plekje bie de touwe an de baene!

Op zie noe. Op zie toch, zo gauw a je kan;
zeg, zie je z'n klipper we sprienge?
Ie mikt mee z'n lanse en de rienk zit'r an,
oort's van plezier noe is zienge!
A twi keer eit'n zo lekker gemikt.
A twi keer de rienk uut de koker geprikt.
Drek ziengt'n awee
en dan zienge z'aol mee:
Aist, aist, aist op steek
dat zieng'k 'n eele week.

Wat is t'n spiktaokel bie 't volk an de kant,
dat joelt en dat lacht langs de baene.
De paeren, ze bieze en ze sprienge deu 't zand,
de reieers zien rood as'n aene.
Daer ei je d'r wee een, kiek is, wat 'n poert,
de rienk bluuft ange, oe a t'n ook loert.
Ma wat 'r gebeurt,
J'oort dat 'n nie treurt:
't Is mis, tis mis, of dat 'r gin rienk mir is.
---------------------------------------------------------------------